Astiti is in 1958 geboren in een klein dorp Sanur op Bali. Zij groeide daar op als oudste zus van vijf  broers. De familie was niet rijk, maar ze hadden het goed.Moeder had een winkeltje en vader maakte houtsnijwerken, die niet alleen op Bali, maar ook in Denpasar tentoongesteld werden in musea.

Als ik vraag naar het belangrijkste verschil tussen het leven op Bali en hier in Nederland, geeft Asiti aan dat het leven op Bali vrijer en socialer was. De gemeenschapszin is daar groter .

Omdat haar ouders allebei werkten, zorgde Astiti voor haar broers. Echt leuk vond ze dit niet.  “Daarom wilde ik eerst ook nooit kinderen. Ik had genoeg voor kinderen gezorgd”, zegt ze.
Na de basisschool en vervolgens mavo, wilde Astiti graag schoonheidsspecialiste  worden.  Haar vader wilde dat zij lerares zou worden.  Om haar broers te laten studeren hadden haar ouders allerlei waardevolle spullen verkocht. Hoewel ze graag door wilde leren, besloot ze om die reden tegen haar ouders te zeggen dat ze liever in het familierestaurant ging werken. Ze wilde haar ouders niet belasten met nog een studie.

“Na een paar jaar ontmoette ik daar Willem. Ik zag hem elke dag op het strand lopen met zijn handdoek over zijn schouder. ‘Dat is een leuke man,’ dacht ik, ‘die wil ik wel hebben.’ Ze was toen 22 jaar.

Op een dag  kwam Willem iets drinken in het restaurant en Astiti was gelijk verliefd, nog voordat ze een woord gewisseld hadden. Diezelfde avond kwam hij eten met zijn vader en jongere broer. “Toen hebben we kennisgemaakt. Willem vertelde toen dat hij verliefd op mij was.  ‘Ik blijf hier tweeënhalve week en wil graag dat jij mijn vrouw wordt,’ zei hij.”
Maar zo eenvoudig was het niet. Het ‘probleem’ is dat Astiti uit een hoge kaste komt. Iemand uit een lagere kaste of een buitenlander worden niet geaccepteerd als huwelijkspartner. Dat wil zeggen, voor een vrouw. Voor Astiti zou dit betekenen dat ze geen enkele status meer zou hebben en binnen de familie als een soort onderdaan behandeld zou worden.

“Ik was wel zeker van mijn zaak, ik wilde met Willem trouwen en met hem mee.”
Eigenlijk wilde Astiti niet naar een ander land, maar ze wilde wel deze man.
Na een half jaar zou Willem terugkomen. Dit gaf Astiti tijd om na te denken en als Willem over een half jaar nog dezelfde plannen had, kon ze zeker zijn van zijn goede bedoelingen.

Na een half jaar komt Willem inderdaad terug en Astiti besluit weg te lopen om met deze ‘dari blanda’ mee te gaan naar Nederland. Alleen haar tante neemt ze in vertrouwen. Voor de rest laat ze een brief achter. Ze nemen het vliegtuig naar Djakarta. Verder komen ze echter niet omdat Astiti geen paspoort heeft. Ze probeert vanuit Djakarta een geboorteakte te regelen via een kennis maar deze overtuigt haar ervan terug te komen om de zaken goed te regelen. Op het vliegveld van Bali worden Willem en Astiti opgewacht door de familie. Astiti wordt letterlijk losgerukt van Willem, meegenomen naar haar huis en daar opgesloten. “Ik was volledig in paniek.” Haar tante is de enige die bij haar in de kamer mag komen. Dagenlang zit Astiti opgesloten in de kamer zonder te weten waar Willem is. Achteraf hoort ze dat hij in een hotel op het strand zit.

Ten einde raad haalt haar vader een priester erbij om Astiti te ‘genezen’. Er wordt zwarte poeder op haar eten gestrooid die de gedachten aan Willem moeten uitbannen. “Als je echt van deze man houdt, kan de poeder niets doen”, zegt haar tante die aan de kant van Astiti staat.  Na een paar dagen komt de priester terug. Astiti speelt het spel mee. “Welke dari blanda?”, antwoordt ze als de priester vraagt of ze nog van plan is weg te gaan met de Nederlandse Willem.

Na vier dagen ziet ze kans te ontsnappen uit de kamer. De buurman moet onverwacht naar het ziekenhuis. Haar broer laat per ongeluk de sleutels in de kamerdeur zitten. Het is vier uur ’s nachts en Astiti besluit hulp te vragen aan een vriendin. Deze weet waar Willem logeert.

Astiti en Willem duiken onder bij vrienden van Wim. Ze schrijft van daaruit een brief aan haar vader waarin ze uitlegt dat hij de situatie moet accepteren. Anders zal hij haar nooit meer zien. Haar vader besluit zich neer te leggen bij de situatie.

Astiti en Willem trouwen op Bali en vertrekken naar Nederland. Als ze in Amsterdam aankomen is het zonnig en er staat een windje.
Voor het eerst voelt Astiti rust en realiseert zich dat ze echt weg is. Ze reizen door naar Maartensdijk waar Willem en Astiti tijdelijk bij haar schoonvader intrekken.

De volgende dag als Willem weg is naar zijn werk, beseft Astiti voor het eerst waar ze aan begonnen is. Ze zit alleen in het huis van haar schoonvader en andere mensen kent ze niet. Daar komt nog bij dat ze niemand verstaat. Ze wil het liefst zo snel mogelijk terug naar huis. Het is dan 1981.

Gelukkig spreekt haar schoonvader een beetje Indisch. Ze leert alles van hem, van aardappels eten tot  Nederlandse spreken. Langzamerhand begint Astiti te wennen. Willem en zij krijgen samen een huis en hun leven samen kan dan echt beginnen. Ze krijgen twee zoons geboren, die inmiddels ook alweer volwassen zijn.

Astiti voelt zich nu een ‘echte’ Nederlander. Ze spreekt de taal en is gehecht aan haar privacy, maar diep van binnen blijft ze Balinese.
Heeft ze nog tips om de taal te leren? Veel lezen en voorlezen, sociale contacten opbouwen,  praatjes maken met mensen en een goede taalcursus als basis.

 

Share This